Logo Universiteit Utrecht

Interpersoonlijke relaties in het onderwijs

Interpersoonlijke Complementariteit

Een tweede belangrijk principe uit de Interpersoonlijke Theorie is het principe van complementariteit. Aan de hand van dit principe bestuderen we of en hoe de acties en reacties van docenten en leerlingen op elkaar zijn afgestemd.

Volgens het principe van interpersoonlijke complementariteit is jouw gedrag als reactie op iemand niet willekeurig, maar wordt jouw gedrag beïnvloed door het interpersoonlijke gedrag van de persoon met wie gecommuniceerd wordt: nabij gedrag nodigt wederkerig nabij gedrag uit (Als de docent vriendelijk tegen de leerling is, zal de leerling waarschijnlijk vriendelijk reageren), en  invloedrijk gedrag nodigt volgend gedrag uit (Als de leerkracht dominant optreedt, zal de leerling daar waarschijnlijk een ondergeschikte reactie op geven).

Voor de docent is het complementair reageren op een leerling niet altijd de beste reactie, omdat het de relatie met de leerling kan verslechten. Daarom zullen docenten soms de neiging om complementair te reageren op leerlinggedrag niet uiten en op een andere manier reageren:

Als een leerling boos en vijandig begint met communiceren met de docent, zal een docent wellicht afzien van eveneens vijandig of streng reageren en zal in plaats daarvan neutraal of zelfs vriendelijk reageren (helpend of begrijpend).

Wil je meer weten over het principe van interpersoonlijke complementariteit? Bekijk dan onderstaande video van Heleen Pennings of het onderstaande fragment van de presentatie van Tim Mainhard:

 

Pennings, H. J., van Tartwijk, J., Wubbels, T., Claessens, L. C., van der Want, A. C., & Brekelmans, M. (2014). Real-time teacher–student interactions: A dynamic systems approach. Teaching and Teacher Education37, 183-193.

van Tartwijk, J.W.F.; Brekelmans, M.; den Brok, P.J.; Mainhard, M.T. (2014) van Tartwijk, J.W.F., Brekelmans, M., den Brok, P.J., Mainhard, M.T. (eds.), Theorie en praktijk van leren en de leraar : Liber Theo Wubbels 2014 websiteversie, pp. 7 – 10